Restaureren is meer dan een technisch proces. Het vraagt inzicht, geduld en respect voor het verleden, maar ook een blik op de toekomst. Voor IN RE BO is restauratie dan ook geen activiteit zoals een andere, maar een echte passie. “Restaureren is bij ons veel meer dan een beroep,” zegt Tony Crabbé, bestuurder bij IN RE BO. “Het is iets waar je echt door gebeten moet zijn. Je werkt tenslotte aan gebouwen met een geschiedenis, en dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.”
Al meer dan twintig jaar specialiseert het bedrijf zich in renovatie- en restauratiewerken, voornamelijk in de openbare sector. Het doel is daarbij altijd hetzelfde gebleven: erfgoed behouden, vakmanschap doorgeven en projecten realiseren met oog voor kwaliteit en duurzaamheid.
Van dochteronderneming tot onafhankelijke specialist
De oorsprong van IN RE BO gaat terug tot 1997. “We zijn gestart onder de naam Pit Leuven, als dochteronderneming van Strabag,” vertelt Crabbé. “In 2001 zijn we onafhankelijk verdergegaan onder de naam IN RE BO. Dat was een belangrijk moment, omdat we toen echt onze eigen koers konden varen.”
Sindsdien heeft het bedrijf zich ontwikkeld tot een gespecialiseerde speler in restauratie- en renovatiewerken. Restauratie blijft de kernactiviteit, aangevuld met renovatieprojecten. Tegelijk blijft IN RE BO openstaan voor nieuwe technieken en innovatieve oplossingen. “De sector evolueert voortdurend,” zegt Crabbé. “Materialen veranderen, regelgeving verandert, verwachtingen veranderen. Dan moet je mee evolueren.”
Restauratie als passie en verantwoordelijkheid
Binnen IN RE BO wordt restaureren niet louter gezien als een vak, maar als een roeping. Het verdwijnen van traditionele ambachten vormt daarbij een belangrijke drijfveer.
“Je ziet dat veel ambachten dreigen te verdwijnen,” zegt Crabbé. “Dat motiveert ons net om mensen op te leiden en kennis door te geven. Als we dat niet doen, gaat een stuk vakmanschap gewoon verloren.”
Daarom krijgen medewerkers bewust de kans om zich bij te scholen en verschillende technieken te leren. Volgens Crabbé is dat essentieel voor de toekomst van restauratie in België. “Hoe meer mensen verschillende ambachten beheersen, hoe beter. Dat maakt ons als sector sterker.”
Ook in de organisatie van het bedrijf vertaalt die visie zich in duidelijke keuzes. IN RE BO kiest er bewust voor om niet boven klasse 5 in aanbestedingen te gaan. “We willen de feeling met de werven niet verliezen,” legt Crabbé uit. “We willen betrokken blijven bij elk project en mee kunnen sturen in de uitvoering. Dat is belangrijk, zeker bij restauratie, waar details het verschil maken.”
Daarnaast stelt het bedrijf zijn ervaring ook ter beschikking van architecten en bouwheren. “Soms blijken bestekken in de praktijk moeilijk uitvoerbaar,” zegt hij. “Dan proberen we mee te denken en oplossingen aan te reiken. Met de ervaring die we hier samen hebben opgebouwd, kunnen we vaak problemen op voorhand helpen vermijden.”
Variatie en trots op gerealiseerde projecten
Door de jaren heen heeft IN RE BO tal van projecten gerealiseerd die een belangrijke indruk hebben nagelaten, zowel bij het bedrijf als bij de medewerkers.
“Wat ons personeel vooral motiveert, is de variatie,” zegt Crabbé. “Geen enkel restauratieproject is hetzelfde. Dat maakt het werk boeiend.”
Sommige projecten kregen bovendien ruime aandacht. “Er zijn werven geweest die op televisie kwamen, of gebouwen die je later op postkaarten ziet of tijdens een urban walk tegenkomt,” vertelt hij. “Dat maakt je als team natuurlijk trots. Dan besef je dat je samen iets moois hebt gerealiseerd.”
Toch blijft voor IN RE BO één element doorslaggevend: continuïteit in restauratiewerken en het afleveren van kwaliteitsvolle erfgoedprojecten. “Elke restauratie die goed wordt uitgevoerd, betekent ook dat ambachtelijke technieken blijven voortbestaan,” aldus Crabbé.
Grote uitdagingen: personeel en realiteit op de werf
Zoals veel bouwbedrijven wordt ook IN RE BO geconfronteerd met belangrijke uitdagingen. Het tekort aan geschoold personeel is bijzonder groot, zeker in de restauratiesector.
“Als één op de vijftig kandidaten echt ervaring heeft in restauratie, mogen we al tevreden zijn,” zegt Crabbé. “Dat zegt genoeg over hoe moeilijk het is om geschikte mensen te vinden.”
Die problematiek beperkt zich niet tot arbeiders. Ook ervaren projectleiders zijn schaars. “Je hebt mensen nodig die de job écht willen doen,” legt hij uit. “Restauratie is geen 9to5-job, en aanwezigheid op de werf is essentieel. Als onderaannemers om zeven uur starten en vragen hebben, moet er iemand zijn om hen te begeleiden.”
Daarnaast merkt het bedrijf dat loonsverwachtingen bij pas afgestudeerden sterk zijn gestegen, terwijl geschikte kandidaten tegelijk moeilijker te vinden zijn. “Dat maakt het een zware periode, niet alleen voor ons maar voor veel aannemers,” zegt Crabbé.
Projecten om trots op te zijn
IN RE BO kan terugblikken op een lange lijst projecten waar het bijzonder trots op is. Voorbeelden zijn onder meer de Nekkersgatmolen en La Ferme Rose in Ukkel, de Felix De Boeckhoeve in Drogenbos, de watermolen in het kasteelpark Arenberg in Heverlee en de kloostertuin in Tildonk.
“Wat die projecten gemeen hebben, is dat er altijd unieke werkzaamheden bij komen kijken,” zegt Crabbé. “Net die uitzonderlijke elementen blijven het langst bij.”
Maar uiteindelijk kan elke werf, groot of klein, een bron van trots zijn. “Als het eindresultaat goed is en de uitvoering aan onze normen voldoet, dan zijn we tevreden,” zegt hij. “En eerlijk gezegd: zelfs tijdens de aanbestedingsfase worden we enthousiast van projecten waarvoor geen standaardoplossing bestaat. Dat dwingt je om creatief te denken.”
Ook samenwerking binnen de sector vindt IN RE BO belangrijk. “We proberen collega’s te helpen waar we kunnen, bijvoorbeeld tijdens vergaderingen van vakgroep erfgoed-restauratie, Faba-vergaderingen of reizen,” aldus Crabbé. “Die collegialiteit is belangrijk voor het hele vak.”
Innovatie als aanvulling op traditie
Hoewel restauratie vaak wordt geassocieerd met traditionele technieken, speelt innovatie een steeds grotere rol.
“Door het gebrek aan authentieke materialen moeten we soms innovatieve oplossingen gebruiken om herstellingen correct uit te voeren,” legt Crabbé uit. “Innovatie is geen tegenstelling tot restauratie, het is vaak een noodzakelijke aanvulling.”
Nieuwe technieken helpen bovendien om restauratiewerken betaalbaar te houden. “Vroeger kon men soms nog rekenen op lage lonen, vandaag is dat niet meer zo. Efficiëntere methodes zijn dus noodzakelijk om kwaliteit en haalbaarheid te combineren.”
Duurzaamheid in de praktijk
Duurzaamheid is voor IN RE BO geen abstract begrip, maar dagelijkse realiteit. Bij ontmantelingswerken probeert het bedrijf zoveel mogelijk materialen te recupereren en opnieuw te gebruiken.
“We proberen echt alles een tweede leven te geven,” zegt Crabbé. “Stenen, hout, tegels, beslag… wat we kunnen recupereren, recupereren we.”
In sommige projecten wordt zelfs gewerkt met maximaal recuperatiemateriaal en met constructies die later opnieuw demonteerbaar zijn. “Als iedereen dat meer zou doen, zou de afvalberg in onze sector al een stuk kleiner zijn,” merkt hij op.
Tegelijk wijst hij op praktische knelpunten. “Nieuwe regels rond afvalsortering zijn op zich goed, maar op renovatiewerven in steden is het soms al moeilijk om één container te plaatsen.”
Ook intern wordt sterk ingezet op sortering en afvalbeheer. “Op kantoor hebben we een twintigtal aparte afvalbakken,” zegt Crabbé. “We proberen dat echt consequent toe te passen.”
Vooruitblik: een gevulde agenda, maar minder aanbestedingen
Voor het lopende jaar werkt IN RE BO aan de afwerking van enkele grote restauratieprojecten en zijn er opnieuw uitdagende werven opgestart. Tegelijk merkt het bedrijf dat het aantal aanbestedingen lijkt af te nemen en dat budgetten onder druk staan.
“Onze agenda is goed gevuld,” besluit Crabbé, “maar we blijven actief offertes indienen voor mooie projecten. Want uiteindelijk blijft onze ambitie dezelfde: kwalitatieve restauraties realiseren, vakmanschap behouden en erfgoed een toekomst geven.”